Hommage aan Freek en Roland van den Berg

Johannes Fredericus (Freek) van den Berg (1918-2000) was voornamelijk autodidact. Wel
kreeg hij enige tijd les van kunstenaar Frits Giltay en adviezen van Han van Dam, schreef
kunstjournalist Ed Wingen van De Telegraaf in 1998. In de jaren 40 van de vorige eeuw
verwierf Freek van den Berg de bijnaam ‘de Kees van Dongen van Kattenburg’. Van 1954 tot
1963 werkte hij tevens als kunstcriticus voor Het Parool, Het Vrije Volk en Vrij Nederland.
Freek van den Berg had drie kinderen van wie de jongste, Roland van den Berg, eveneens
kunstschilder werd.
In 1986 verhuisde Van den Berg vanuit Amsterdam naar het Veluwse IJsseldorpje
Veessen. Het directe uitzicht op de rivier en met name de zonsopgangen beïnvloedden
zijn werk. Zijn kleuren werden lichter van toon, ‘helderder, alsof de zon de meer de
kans kreeg om zich te laten gelden’. Vaak is Van den Berg ‘de laatste Nederlandse
fauvist’ genoemd, onder anderen door kunstjournalist Ed Wingen van De Telegraaf. Maar
hoewel het werk van Van den Berg verwantschap vertoont met het fauvisme, voelde hij zich
ook verbonden met het Franse impressionisme en het Duitse expressionisme.
Op dertienjarige leeftijd was Roland van den Berg (1950-2007) absoluut ervan overtuigd: ik
wil kunstenaar, schilder zijn, net als mijn vader Freek. Die beslissing, of liever dat scherpe
inzicht, was heel belangrijk voor Roland van den Berg. De duidelijke liefde voor kleuren was
wat hij met zijn vader deelde, die hem in zijn jeugd ook les gaf. Maar in elk ander aspect is
het contrast met zijn vader duidelijk. Roland werd op grond van zijn uitzonderlijke talenten
toegelaten tot de Rijksacademie. Dat was een rusteloze tijd voor de recalcitrante jongen en
anderhalf jaar later werd hij van de academie weggestuurd wegens… ‘een compleet gebrek
aan talent!’
Maar begaafd of niet, Roland van den Berg was vastbesloten om zelf te bepalen welke weg hij
zou volgen. In plaats van de ‘decoratieve’ kunstenaars Matisse of Van Dongen, waren de
vurige en veel extremere André Derain en Maurice de Vlaminck zijn helden. Vlammend rood,
brandend uit het doek, diepgeel en scherp, soms hoekige lijnen in zeer ritmische composities
die het landschap scheuren, het uit elkaar nemen en opnieuw monteren.