De kooi van Wassenaer

 

 

 

 

 

 

 

 

Tijdens de oorlogen tussen hertog Karel van Gelre en Maximiliaan, de Bourgondisch-Habsburgse keizer, voerde Karel in 1511 een aanval op Amsterdam uit. Graaf Jan van Wassenaar, legeraanvoerder van Maximiliaan, werd daarbij gevangen genomen. De graaf werd opgesloten in een ijzeren kooi in de Dikke Tinne en Karel eiste een losgeld van 20.000 guldens. Pas na twee jaar werd het bedrag betaald en kreeg Van Wassenaar zijn vrijheid terug.

In de Boeken der Geldersse Geschiedenissen, uitgegeven in 1653, beschrijft A. van Slichtenhorst de Wassenaarkauw. De kooi was breed genoeg om een bed en een stoel in te zetten en hoog genoeg om in te staan. Het gevaarte hing middenin een toren en kon met een touw opgehesen en neergelaten worden. Als de kooi omhoog getrokken was, werd het touw vastgeknoopt aan de ring op het grote stenen blok. De steen is bewaard gebleven.

Graaf Jan van Wassenaar was niet de enige die in de kooi gevangen heeft gezeten. Ook de schout van Deventer en de rentmeester van Salland hebben er als gevangen van Karel van Gelre enige tijd in doorgebracht.